Welke criteria gelden er voor een goede schrijfletter?

Stel we zouden nu opnieuw moeten bepalen aan welke eisen schrijfletters moeten voldoen. We laten ons niet afleiden door wat gangbaar is in de basisscholen en wat uitgeverijen erover zeggen, maar concentreren ons op het doel van schrijven en op de eisen die aan het geschrevene worden gesteld.

Waarom die vraag? Omdat van kinderen verwacht wordt dat zij eind groep 8 voldoen aan de kerndoelen; in het bijzonder Kerndoel 5:

Nederlands > Schriftelijk taalonderwijs
De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een  formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.

Een leesbaar handschrift, dus! Aha! Leesbaar? Wat vindt een apothekersassistente daarvan? En mijn bijziende oud-tante?

Wanneer schrijven we nog? Als het niet anders kan!

Boodschappenlijstjes, ansichtkaarten, aantekeningen, notities, … Korte berichten die geen lang leven beschoren zijn. Het moet wel weer een keer gelezen worden. Stel we hebben geen computer binnen handbereik en we moeten toch iets  opschrijven. Even snel, mobieltje, nee… dat gedoe met T9… Pak maar even een pen of potlood. Schrijven moet snel gebeuren. Voor langere teksten gebruiken we al jaren geen pen meer. Het schriftje en vulpen zijn vervangen door een tekstverwerker. De criteria zijn dus:

  • leesbaarheid
  • snelheid

criteria 1. leesbaarheid

Toen ik in 2006 afstudeerde aan de HKA, vroeg ik me in mijn afstudeerscriptie af wat de ontstaansgeschiedenis van schrijfletters was. Dat onderzoekje heeft veel inzichten opgeleverd. Uit het overzicht van gebruikte schrijfmethodes op basisscholen, kan ik concluderen dat de stelling “you read best, what you read most” nog steeds geldt.  In mijn dagelijkse praktijk heeft het onderzoekje naar de lange lussen bij schrijfletters zijn vruchten afgeworpen in de wijze waarop ik letters kies voor de verschillende opdrachten.  Bij het kiezen van een geschikte letter voor een huisstijl of brochure, moet je rekening houden met de hoeveelheid tekst en het gemak waarmee de lezer blijft lezen, de snelheid waarmee letters herkend/gelezen kunnen worden en de vorm en kleur van een bepaald lettertype. Bij dat laatste speelt corpsgrootte een belangrijke rol. Bij langere teksten in een klein corps wordt de kleur van de letter bepaald door de zgn. grijswaarde van een tekst. Sommige varianten van grijs hebben een nare uitwerking op de leesbaarheid van bijv. een boek. Zo heb ik ooit een boek van Bob Dylan (Chronicles, Volume One) niet willen kopen, omdat het binnenwerk gezet was in een vette Bodoni. De grijswaarde van de pagina leek haast op een barcode en na twee alinea’s worstelen, ben ik afgehaakt.

Chronicles

Het was voor mij dan ook een beetje vreemd om op de website van de Stichting Schriftontwikkeling onderstaand citaat te lezen. Waarom? Tijdens mijn afstuderen heb ik intensief contact met Ben en Astrid gehad en in de jaren daarna is dat contact gebleven. Door deze twee bijzondere mensen  is mijn interesse voor het schrijfonderwijs gebleven. Een voor mij essentieel begrip wordt echter in een enkele zin van tafel geveegd. Gelukkig weet ik dat ze openstaan voor kritiek.

Voor leesbaarheid zijn dus geen criteria. Het is een subjectief begrip. Het begrip ‘leesbaarheid’ is dus niet te onderbouwen met criteria, waaraan een ‘leesbaar’ handschrift zou moeten voldoen. Wat de een kan lezen, kan de ander niet lezen.

Ik denk daar als ontwerper anders over; leesbaarheid is voor typografische vormgeving juist erg belangrijk. Er zijn misschien, voor zover ik weet, geen internationale standaarden gedefinieerd over bijv. de maximale lengte van de stokken van een lettertype of de minimale hoeveelheid letterwit. Er zijn echter wel degelijk criteria te benoemen die de leesbaarheid van tekst beïnvloeden.

Op zoek naar het begrip leesbaarheid; wat bepaalt leesbaar?

Wat ik zo uit mijn hoofd nog weet over het begrip leesbaarheid. In de typografie wordt de leesbaarheid van een lettertype op twee verschillende manier gedefinieerd. In het Nederlands hebben we hier geen officiële termen voor, maar in het Engels gebruiken we readability en legibility. De eerste vorm van leesbaarheid betreft de herkenbaarheid van letters. Zijn afzonderlijke lettertekens makkelijk van elkaar te onderscheiden. Een bekend probleem zijn homoglyphs. In sommige lettertype lijken de I, 1 ,| en l zo sterk op elkaar dat verwarring kan ontstaan. Ook het verschil tussen een O, 0 en o zijn niet altijd even duidelijk (het betreft hier kapitaal O, nul en onderkast o). Een hieraan verwant probleem is de situatie  waarin een combinatie van letters op een andere letter lijkt, bijvoorbeeld: rn lijkt soms een m.

De andere definitie van leesbaarheid betreft de snelheid en het gemak waarmee de lezer de tekst kan lezen. Hierbij gaat het niet om de vraag of iemand goed kan zien welke individuele trekjes een bepaald teken heeft, maar de samenhang van de letters in woorden, in regels en zinnen, in alinea’s, in pagina’s en uiteindelijk een boek. Het voorbeeld van het boek van Dylan valt hier onder. Hoewel de tekst prima te ontcijferen is, houdt de lezer het waarschijnlijk geen uren vol.

Meer over details over deze twee aspecten van leesbaarheid staat op de website van Fonts.com.

Maar ook: leesbaarheid = begrijpelijkheid

Er zijn andere  manieren om leesbaarheid uit te leggen. Zelf zou ik er nooit opkomen dat de manier waarop een zin geschreven is en uit hoeveel bijzinnen deze bestaat, te maken heeft met leesbaarheid. Jan Renkema onderzocht de “tangconstructie“, een zinsbouwverschijnsel dat omwille van de leesbaarheid vermeden zou moeten worden. In leesbaarheidonderzoek van het Cito wordt een dergelijke beadering gebruikt om leesbaarheidsformules te ontwikkelen.

En er is bijvoorbeeld ook een Europese richtlijn omtrent leesbaarheid van bijsluiters:

Om de leesbaarheid van bijsluiter te verbeteren is er vernieuwde Europese regelgeving (Richtlijn 2004/27/EC) gekomen; voor nieuwe geneesmiddelen is het verplicht om de bijsluiter voor te leggen aan consumentenpanels. Denk daarbij aan patiëntenorganisaties of aan het uitvoeren van een bijsluitertest bij consumenten.
[…knip…]
Bij het testen op leesbaarheid van een bijsluiter moet er aandacht besteed worden aan:

  • vindbaarheid (kan de proefpersoon de juiste informatie vinden)
  • begrijpelijkheid (kan de proefpersoon de tekst in eigen woorden verklaren)
  • toepasbaarheid (kan de proefpersoon handelen naar wat er in de tekst staat)

Ook hier ligt de nadruk op het leesbaarheid als begrijpelijkheid van een tekst. Zoekend naar de criteria die gerelateerd zijn aan lettervormgeving (en typografie) zal ik verder moeten zoeken.

leesbaarheid in het verkeer

Aan verkeersborden worden ook eisen gesteld aan de leesbaarheid. Een onderzoek van het SWOV Nr. 67 – juni 1996 illustreert dit door te melden dat een toename van vervuiling kan leiden tot sterk verminderde leesbaarheid. Op de kennisbank van het CROW worden de verschillende richtlijnen voor verkeersborden en wegmarkeringen beschreven.

In Den Bosch formuleren ze het als volgt:

Belangrijk bij een verkeersbord is de leesbaarheid. Dit hangt samen met het lettertype en de reflectiewaarde. Daarom wordt het door de ANWB ontworpen lettertype gebruikt. Materiaal met een grote reflectiewaarde wordt meestal toegepast. Dit materiaal zorgt voor optimaal ontvangen en weerkaatsen van het licht.

Leesbaarheid op het web

Ook vanuit de hoek van usability wordt leesbaarheid bekeken. Het genoemde artikel dateert uit 2005, maar geldt nog steeds.

De leesbaarheid van tekst op internet wordt door een aantal punten bepaald zoals kolommen, interlinie, lettergrootte, alinea’s, en het lettertype zelf.

Leesbaarheid van een tekst wordt bepaald aan de hand van de volgende punten:
de snelheid waarmee een tekst gelezen kan worden;
het gemak waarmee tekst gelezen kan worden;
de mate waarin de tekst begrijpelijk is;
de tevredenheid van de lezer.

Voldoet een tekst aan bovenstaande punten dan kan de tekst als leesbaar worden beschouwd.

Ik zou bijna gaan denken dat leesbaarheid een subject begrip is. Ik zal meer objectieve criteria moeten formuleren. Wat zegt www.graficum.nl over leesbaarheid?

Want laat dit duidelijk zijn: een letter die ‘lekker leest’ in een jaarverslag, is niet per definitie ook een goede letter voor de bewegwijzering in een groot kantoorgebouw. En wat het goed doet in een nieuwsbrief, en zo aardig aansluit op de huisstijl, kan op een website (een beeldscherm) gewoon een ramp zijn.

Als we de lezer als uitgangspunt nemen, nemen we dus ook de leessituatie in onze beoordeling mee.

En de leessituatie wordt bepaald door tal van aspecten:

  • is het leesmateriaal bedrukt papier, waarvoor de lezer gaat zitten (men neemt tijd voor een brochure), of is het een verkeersbord, dat de lezer door een natte en vieze autoruit gedurende een halve seconde ziet?
  • is het te lezen materiaal omvangrijk (een brochure of boek) of is het compact en bevat meer op zichzelfstaande woorden, dan langere en redactioneel lopende tekst (een advertentie)?
  • is de lezer geconcentreerd (rustig zittend bij de open haard) of in een situatie met gelijktijdig veel andere impulsen (veel kleurrijk POS-materiaal in supermarkt, veel bewegende andere klanten, achtergrondradio en -omroep, jengelende kinderen en weinig tijd)?
  • is de lezer gehaast iets aan het opzoeken in een telefoongids, woordenboek of encyclopedie, kijkt men naar de ‘kleinde lettertjes’ op de achterkant van de verzekeringspolis of zoekt men ontspannen op een vrije dag de weg op de routeborden van de Efteling?

Het heeft geen zin dit rijtje verder uit te breiden; de voorgaande willekeurige opsomming maakt duidelijk dat typografie steeds maatwerk is. Maatwerk waarbij er een aantal simpele globale hoofdlijnen zijn te herkennen, gebaseerd op onderzoeksgegevens en gebruiks- en gebruikerservaringen.
Zo zal men voor teksten die gedrukt worden op papier in de gewone, gangbare lettergrootten (tussen corps 6 en 16) voor folders, brochures, nieuwsbrieven, boeken en gidsen dikwijls kiezen voor een schreefletter.
Voor koppen en tussenkoppen is goed te werken met schreefloze halfvette letters.
Voor bewegwijzering in gebouwen kiest men graag een grotere schreefloze letter, maar als het kan toch wel met contrastverhogende verschillen tussen dikke en dunne delen.
Maar verkeersborden en richtingborden langs wegen stellen toch weer andere eisen.
Zo staat ook vast dat de leesbaarheid van teksten heel sterk achteruitgaat als een zin geheel geschreven is HOOFDLETTERS (kapitalen); alle letters zijn dan even groot en hebben vrijwel allemaal hetzelfde ‘optisch gewicht’. Daardoor is het voor makkelijk het lezen nu juist erg belangrijke onderscheid tussen de diverse letters (zoals dat in kleine letters of onderkastletters wel bestaat) vrijwel geheel afwezig.
Voor tekst die op een beeldscherm verschijnt (ook websites), kiest men snel voor een lettertype dat niet te mager en schraal is (vanwege de dikwijls lichte achtergrond). maar wat vetter en niet te wijdlopend.

Nog steeds geen eenduidige criteria. Kan een letter wel leesbaar zijn? Kun je wel op een wetenschappelijke manier vaststellen hoe leesbaar een letter(type)/handschrift is? Hoe zou de juf voor de klas eigenlijk bepalen wat leesbaar is? Welke criteria hanteert zij? En op basis van welk onderzoek heeft zij die criteria geformuleerd? Met andere woorden: Wie bepaalt wat leesbaar is?

Voorlopige conclusie

Tot nu toe geen harde criteria m.b.t. leesbaarheid in relatie tot lettervormgeving. Wel aanwijzingen en ervaringen die duiden op een relatie tussen leesbaarheid en de stokhoogte/staartlengte. Ook de binnenruimte en de relatieve x-hoogte van een letter dragen bij aan de leesbaarheid van een letter. Ik blijf verder zoeken naar het onleesbare geheim van de letter.
Graag reacties.

Een gedachte over “Welke criteria gelden er voor een goede schrijfletter?”

  1. Ik denk dat de leesbaarheid wel degelijk van belang is. Als redacteur voor onderwijsmateriaal heb ik daar ook vaak mee te maken gehad. Bij leerlingen met een laaf niveau moet het letterfont groter zijn, maar inderdaad ook goed herkenbaar. Daarnaast moet het niet liefst romein zijn, niet te veel bold of cursief gebruiken dus. Geen ‘krullerige’ lettertypes en duidelijke interpunctie.
    Overigens heb ik ook gelezen van een onderzoek (sorry, ik weet niet meer waar) waarin gezegd wordt dat de tangconstructie juist WEL goed werkt bij moeilijk lerende kinderen. Lijkt mij erg onwaarschijnlijk, maargoed…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.