Na de stilte van de afgelopen dagen is er weer even tijd voor experiment. Eén van mijn favoriete ontwerptools is Processing. Door JAVA-achtige programmacode in te typen kun je verschillende soorten beelden genereren. Je kunt werken met afbeeldingen, teksten, vectoren, 3D-modellen, etc.

g glyph

Sinds het eerste jaar van de opleiding grafisch ontwerpen heb ik me afgevraagd wanneer een ‘a’ nog een ‘a’ is. Op zich is dit een vreemde vraag, want een ‘a’ herken je als je er één ziet. Maar de vormen van letters zijn aan een strikt stelsel van regels onderhevig. Een bekend ontwerp-probleem is bijvoorbeeld het onderscheid tussen de ’1′, ‘I’ en ‘l’. Deze tekens lijken zo sterk op elkaar dat een letterontwerper op subtiele, doch duidelijke wijze het verschil moet aangeven. Er is zelfs een speciale term voor: homoglyphs.

Deze vraag gaf me aanleiding iets met veranderende lettervormen te maken in Processing. De meest ‘computerletters’ bestaan uit ‘vectoren’. Lijnen die tussen een aantal rasterpunten worden getekend (zie afb.).

Die punten kunnen je in Processing vrij makkelijk laten verschuiven over je vlak. De ene letter wordt dus een andere; de letter vervormt. Elke letter bestaat uit drie ‘anchor-points’ en vier ‘control-points’. De ‘g’ is dus eigenlijk niets meer dan:

float[] g = {70,40,-50,60,40,270,80,40,70,130,110,190,10,180};

Het resultaat staat hier. Door letters te typen zullen de punten gaan schuiven en vloeit de ene letter over in de andere. Veel plezier ermee.