18
Feb 

collectief letters ontwerpen

categorie: idee — Tags: — {T} @ 9:47  

Het Questa-project van Jos Buivenga en Martin Majoor is een mooi voorbeeld van hoe een balletje kan rollen. Twee buurmannen treffen elkaar op een congres in Duitsland en besluiten iets samen te gaan doen.
Dinsdag 16 februari j.l. gaven zij een interessante lezing over hun eigen werk en het gezamelijke project.
Mijn hoop op een (schrijf-) letter die door typografen / letterontwerpers gemaakt wordt, is weer een beetje nieuw leven ingeblazen.

1
Jan 

Site op zwart

categorie: idee — {T} @ 8:40  

Ik heb besloten de website soberder te maken. Het gebruik van Flash, javascripts en andere dynamische toeters en bellen, vragen nogal wat van de webserver. Het stroomverbruik neemt toe en daarmee de belasting voor het millieu ook. Zwart als achtergrond omdat dat het minste stroom verbruikt.

12
Sep 
2009

Hervertelling van de grondbeginselen der typografie (Stanley Morison)

categorie: beeld, idee, info — {T} @ 4:18  

Typografie zou men kunnen definiëren als de kunst drukmateriaal zodanig te schikken, dat dit in overeenstemming is met een specifiek doel: de letters onderling te schikken, het wit te verdelen en het zetsel te ordenen om de lezer in de hoogst mogelijke mate behulpzaam te zijn bij het begrijpen van de tekst. Typografie is een zakelijk middel tot een vooral nuttig en slechts bij toeval esthetisch doel, want het genieten van fraaie figuren is zelden het voornaamste oogmerk van de lezer. Daarom is elke schikking van drukelementen die, met welke bedoeling ook, het effect heeft tussen de schrijver en de lezer te komen, verkeerd. Daaruit volgt dat er In boeken, bestemd om te worden gelezen, weinig ruimte is voor ‘originele’ typografie. Bekwaamheid van dit soort is wenselijk, ja noodzakelIjk voor de typografie der propaganda, om het even of ze de handel, de politiek of de godsdienst wil dienen, want bij zulke drukwerken overwint alleen het allerverrassendste de onverschilligheid. Maar de typografie van het boek, met uitzondering van de groep der zeer beperkte edities, eist een gehoorzaamheid aan de conventie die bij na absoluut is – en terecht.
Omdat drukken vooral een middel is tot verveelvoudiging, moet het niet alleen op zichzelf goed gebeuren, maar ook goed zijn voor een ruimer doel. En hoe ruimer dat doel, des te strenger zijn de beperkingen die de vormgever zich moet opleggen. Het is een van de wezenlijkste kenmerken van de typografie en van de aard van het gedrukte boek in zijn hoedanigheid van boek, dat deze een dienst verrichten aan de openbaarheid. Voor persoonlijk of individueel gebruik is er altijd het handschrift, de codex. Daarom heeft een boek, gedrukt in één exemplaar, altijd iets ridicuuls, ofschoon de oplaag met reden beperkt kan blijven wanneer een boek een typografisch experiment vormt.
De wetten die de typografie van het boek voor algemeen gebruik regeren berusten in de eerste plaats op de aard van het alfabetische schrift en in de tweede plaats op de bewuste en onbewuste tradities, die heersen in de samenleving waarvoor de vormgever werkt. Terwijl het mogelijk is een universeel karakter toe te kennen aan de typografie van alle boeken die binnen een bepaald nationaal gebied worden geproduceerd, is dit niet mogelijk voor alle boeken die met Latijnse lettertekens worden gedrukt. De nationale traditie komt tot uiting in de verschillende wijzen waarop het boek verdeeld wordt in voorwerk, hoofdstukken en dergelijke, maar evenzeer in de vormen van de letters. Maar er bestaan in elk geval bepaalde regels voor het zetten, die worden gehoorzaamd door alle vormgevers die hun vak verstaan.
De normale Latijnse letter (in haar eenvoudigste vorm, zonder accenten, leestekens en dergelijke) bestaat uit een rechtopstaande (in onderakast, KAPITALEN en klein-kapitalen) en een schuinstaande variant:
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ&
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ&
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz

De vormgever moet heel voorzichtig zijn bij de keus van zijn letter, in het besef dat die letter, naarmate hij die vaker zal gebruiken, des te nauwer overeen moet komen met het algemene beeld dat leeft in de geest van de lezer, die volledig gewend is aan gewone tijdschriften, kranten en boeken.
Het letterontwerp schrijdt voort in het tempo van de meest conservatieve lezer. De goede letterontwerper beseft dus dat, wil een nieuw ontwerp succes hebben, het zó goed moet zijn dat slechts een enkeling er het nieuwe van opmerkt. Wanneer de lezers niets merken van de sublieme terughoudendheid en buitengewone zelfbeheersing in een nieuw letterontwerp, is het waarschijnlijk een goede letter. Maar wanneer mijn vrienden vinden dat de krul van mijn onderkast r of het oog van mijn onderkast e wel leuk is, kunnen we er zo goed als zeker van zijn, dat de letter beter zou zijn geweest zonder dat.
Een letter die vandaag gebruikt moet worden – laat staan een die een toekomst wil hebben kan noch al te ‘verschillend’ noch al te ‘leuk’ zijn. Tot zover wat de Letter betreft. In de tijd dat drukkers met loden letters werkten, bezaten drukkers, naast de letters van de alfabet, bovendien Spaties en Interlijnen in zijn uitrusting, en ook nog metalen voorwerpen, bekend als lijnen en accolades, en ten slotte een min of meer willekeurige verzameling ornamenten: sierstukken, bloemen, gefigureerde initialen, vignetten en krullen. In het digitale tijdperk bestaan deze materialen niet meer als fysieke objecten. Letters zijn niet meer tastbaar, maar zijn software. Interlinie en spaties zijn instellingen in de gebruikte computerprogramma’s. Bij het maken van keuzes tijdens het zetten en opmaken van tekst, houdt een vormgever rekening met de geschiedenis van het drukproces en de tradities die hun oorsprong vinden in het loodtijdperk.
De vormgever heeft hij nóg een decoratiefhulpmiddel tot zijn beschikking in het gebruik van verschillende kleuren: met gezond instinct werd in het verleden rood het meest gebruikt. Voor meer nadruk kan hij vettere letters gebruiken. Wit is een belangrijk bestanddeel van de zetterij-inventaris: marges, witregels en dergelijke worden opgevuld met ‘regletten’ en ‘kwadraatwit’, ‘holwit’ , en ‘ijzerwit’. Het kiezen en schikken van al deze elementen vormt met elkaar het Zetten. Stand maken is de plaats bepalen van het gedrukte op het vel. Het Drukken houdt in: het zetsel afdrukken op het papier, de weerdruk (op de achterkant van het papier) zuiver in register (precies passend) aanbrengen en de inkttoevoer regelen om dusdoende een gelijkmatig en helder resultaat te verkrijgen. De kleur, de dikte en de structuur van het papier, tenslotte, zijn in niet geringe mate van invloed op het eindresultaat.
De typografie heeft dus te maken met het zetten, de opmaak en de stand, de druk en het papier. Van het papier mogen wij op zijn minst verlangen dat de kwaliteit van het zetsel er op tot haar recht komt; van de opmaak en de stand dat de marges in harmonie zijn met het bedrukte gedeelte van de pagina, en redelijk ruimte laten voor duimen en vingers om het boek vast te houden. De traditionele marges zijn op zichzelf fraai en doelmatig voor bepaalde soorten boeken, maar klaarblijkelijk minder geschikt voor boeken met bijzonder smalle of kleine pagina’s, of boeken die in de zak gestoken moeten kunnen worden. Voor deze en dergelijke boeken kan men de zetspiegel beter in de as van de pagina plaatsen en iets boven het optisch midden.
Het belangrijkste element van de typografie is de opmaak, want geen pagina, hoe verdienstelijk op zichzelf ook gezet, is geslaagd als de stand slordig of slecht overwogen is. In de huidige drukkerspraktijk wordt op deze zaken meestal behoorlijk gelet, zodat men inderdaad kan zeggen dat het merendeel van de boeken een redelijk uiterlijk heeft. Zelfs een boek dat slecht is gezet kan er nog behoorlijk uitzien als de opmaak goed is: een weloverwogen stand verbetert slecht zetwerk, maar goed zetwerk wordt volledig bedorven door een slechte opmaak.
De vormgever bepaalt dus eerst de stand en regelt dan de details van de zetwijze. De grondbeginselen van het zetten behoeven weinig discussie omdat ze regelrecht volgen uit de conventies van het gebruik van de Latijnse letter, zoals die zijn aanvaard door degenen voor wie wij vormgeven. De zaak is betrekkelijk eenvoudig. In de eerste plaats staat het wel vast dat het oog niet in staat is een enigszins belangrijk aantal woorden met gemak te lezen wanneer die zijn gezet uit een letter met een groot contrast tussen dik en dun; in de tweede plaats is het niet minder zeker dat het oog geen hoeveelheid woorden met gemak kan lezen, ook al zijn ze gezet uit een goed ontworpen letter, wanneer de regels een bepaalde lengte overschrijden. Ook het oog van de meest geoefende lezer kan niet meer dan een beperkt aantal woorden in een gegeven corps omvatten wanneer de regel te lang is ten opzichte van het corps. Ten derde leert de praktijk dat het corps van de letter in een bepaalde relatie moet staan tot de lengte van de regel. Als deze principes worden gerespecteerd , zal de lezer gewoonlijk behoed worden voor het gevaar, dat hij dezelfde regel twee keer leest. De gemiddelde regel die het oog van de lezer met gemak kan overzien telt tien tot twaalf woorden. Niettemin zal de typograaf [vormgever], hoewel hij er tot het uiterste naar zal streven deze optische wet in acht te nemen, dagelijks het probleem ontmoeten, dat onvermijdelijke omstandigheden hem de keus van een letter in de juiste grootte beletten, zodat hij zijn toevlucht moet nemen tot een betrekkelijk kleine letter. Om nu de lezer te behoeden voor het dubbel lezen, zet hij weloverwogen meer wit tussen de regels en maakt deze zoveel opener dat het oog er gemakkelijk langs gaat van begin tot eind en terug naar het begin van de volgende regel.
Het is verder duidelijk dat de ruimte tussen de woorden, als die zijn gezet uit een smalle letter, kleiner kunnen zijn dan die tussen de woorden, gezet uit een brede ronde letter. Als de regels niet geïnterlinieerd zijn en de zetwijze is, om welke reden ook, nauw (met kleine woordspaties), kan het van nut zijn enig wit tussen de alinea’ s te plaatsen, zelfs al is daarvan het gevolg dat de pagina’s ongelijk van lengte worden.

De voorafgaande elementaire aanwijzingen hebben betrekking op het grootste gedeelte van het boek, de eigenlijke tekst. Er zijn nu nog een paar bladzijden over, die aan de eigenlijke tekst voorafgaan en die men het ‘voorwerk’ noemt: vaak een moeilijke materie, zowel wat de volgorde als de vormgeving betreft. Alvorens ons hiermee bezig te houden kan het geen kwaad onze bevindingen tot dusverre samen te vatten – ze in een formule vast te leggen. Naar onze opvatting is een welgemaakt boek opgebouwd uit verticale rechthoekige pagina’ s, verdeeld in alinea’ s, met een gemiddelde regellengte van tien tot twaalfwoorden, met gelijkmatige woordspaties gezet uit een letter van prettig leesbare grootte en vertrouwde vorm; de regels zijn voldoende van elkaar gescheiden om te voorkomen dat men tweemaal dezelfde regel leest en de bladzijde is bekroond door een sprekende hoofdregel. De gedrukte rechthoek staat zodanig op de pagina dat rugwit, kopwit, zijwit en staartwit in harmonische verhouding zijn, niet alleen tot de lengte van de regels, maar ook tot de witpartijen op die plaatsen, waar de tekst in hoofdstukken is verdeeld, en waar het tekstgedeelte de pagina’s ontmoet, die wij het ‘voorwerk’ hebben genoemd.
Nu is dat voorwerk, dat meer dient om te worden geraadpleegd dan om te worden gelezen en herlezen, minder strikt aan de conventie onderworpen dan de tekstpagina’s. Daardoor bieden ze de meeste mogelijkheden voor typografisch ontwerp.
Typografisch ontwerp betekent niet dat de vormgever zich te buiten mag gaan visuele uitbundigheid die de leesbaarheid teniet doet en de lezer in verwarring brengt over de aard en indeling van de tekst. Elke letter, elk woord, elke regel moet worden gezien met maximale duidelijkheid. Woorden mogen niet worden afgebroken, tenzij het niet anders kan, en in een titelpagina en in soortgelijke typografische werkstukken, moet een regel bij voorkeur niet beginnen met zulke zwakke zinsdelen als voorzetsels en voegwoorden. Het is logischer, om de snelheid van begrip bij de lezer te bevorderen, zulke woordjes aan het eind van een regel te plaatsen, of ze op afzonderlijke gecentreerde regels uit een iets kleiner corps te zetten, zodat de belangrijkste gedeelten relatief groter uitkomen.
Geen vormgever mag zich, om het verwijt van saaiheid in zijn typografie te ontlopen, laten verleiden tegen beter weten in bepaalde typografische kunstjes uit te halen die strijdig zijn met logica en helderheid, in het vermeende belang van de sier. De tekst in de vorm van een driehoek wringen, hem in een hok persen of hem in de vorm van een zandloper of een ruit wurmen, zijn vergrijpen die meer rechtvaardiging eisen dan het feit dat Italianen en Fransen het in de zestiende en zeventiende eeuw ook al hebben gedaan, of het verlangen iets nieuws te doen in de twintigste eeuw. Het zijn de gemakkelijkste foefjes die men zich maar kan voorstellen, en ze zijn bij de nog niet zo lang voorbije ‘herleving der drukkunst’ al zó vaak vertoond, dat we nu eerder behoefte hebben aan een herleving der zelfbeheersing. In alle duurzame vormen van typografie, om het even of de oplage groot of zeer beperkt is, is de enige taak van de typograaf niet zichzelf, maar zijn auteur tot uitdrukking te doen komen. Toegegeven, bij het zetten van advertenties, reclame- en verkoopsdrukwerken komen andere oogmerken in het geding; en natuurlijk heeft het zetten van een boek heel wat gemeen met het zetten van een advertentie. Maar het is ontoelaatbaar als een vormgever zijn zorg voor het welzijn van zijn lezer laat verslappen om zijn neiging tot versiering of opsmuk bot te vieren. De vormgever kan zichzelf beter uiten door het beheerste gebruik van een bescheiden decoratief element, dat uitmaakt van de letter waarin de tekst wordt gezet of dat een kunstenaar speciaal voor zijn bedrijf heeft ontworpen. Dat neemt niet weg dat de bekwame vormgever zelden behoefte zal hebben aan decoratie. In drukwerk voor reclamedoeleinden schijnt dit echter noodzakelijk te zijn, omdat de ingewikkeldheid van onze samenleving een oneindig aantal stijlen en uitingsvormen verlangt.

7
Aug 
2009

Gestruikeld over vraag 4.

categorie: idee — Tags: — {T} @ 4:59  

Ik heb meegedaan met een leuk “TypoGewinnSpiel” van Typefacts.

Het ging in het begin heel goed. De eerste vraag was makkelijk: Hoe heet dit teken ð ?

Op de eerste versie van vraag 4, had ik het antwoord zo snel, dat Christoph nog niet eens de mail gestuurd had met de aankondiging van de nieuwe ronde. Maar het bleek ook een veel te makkelijke vraag. Het was direct via Google te vinden en zelfs deelnemers zonder enige kennis van letters of typografie, hadden de vraag kunnen beantwoorden.

Hij bedacht een andere vraag en helaas waren mijn duits en engels niet goed genoeg om de nuances in de vraagstelling goed te begrijpen. Het was een soort cryptische omschrijving van een slappe g. Jammer maar helaas.

19
Jun 
2009

Letters maken van een enkele streek

categorie: idee — {T} @ 1:38  

Ik weet niet of dit gaat lukken, maar ik ben bereid het te proberen.

Gerrit Noordzij schrijft in zijn boek “De Streek” over hoe schrift ontstaat doordat een pen (of willekeurig welke andere object waarmee je een schrijfbeweging maakt) een bepaald traject volgt en een spoor achterlaat. De basisvormen van letters zijn bekend: KAPITALEN, minuskels en cursieve minuskels. De basisvormen bestaan sinds mensenheugenis en er komen nauwelijks nieuwe letters bij. Volgens mij kan je dus een basis lettertraject maken en met behulp van software tot een lettervorm / -vlek (met dik-dun verschil, contrast, schreven, etc.) maken.

streken met translatie en expansie

streken met translatie en expansie

Is dit nieuw? Nee, want in de Kalliculator van Frederik Berlaen (http://www.typemytype.com/) zie je dat dit principe wordt toegepast. En ook Martin Majoor (bekend van o.a. FF Scala, Telefont, FF Seria en FF Nexus) noemt een skelet als basis voor de lettervorm in zijn “typedesign filosophy”. (previous version on typotheque)

Tijd om er zelf mee aan de slag te gaan. In FontForge kun je zogenaamde stroke-fonts tekenen. Je kunt dat instellen in het element | font-info | layers. Als je aangeeft hoe breed de streek moet worden, genereert FF zelf een bepaalde dikte in het tekenoverzicht en het tekenvenster. Nou is deze streek niet opzettelijk voorzien van enige richting of dik-dun verschil, dus zul je met het de opdracht expand stroke een dikkere lijn moeten genereren die de juiste instellingen heeft. Let op dat je eerst alle benodigde letters vormen tekent en daarna met een kopie verdergaat. Je zult, voordat je het lettertraject gaat expanden, eerst het vinkje moeten weghalen bij dat eerder genoemde element | font-info | layers. Daarna kies je hoe dik en hoe breed de streek moet worden en FF genereert het voor je.

Voldoende mogelijkheden om een streek te verbreden.

Voldoende mogelijkheden om een streek te verbreden.

Wie dus eenmaal zijn perfecte lettervormen gevonden heeft maakt in no-time een superfamilie met 20 gewichten. Uiteraard moet het resultaat worden bijgewerkt en het kernen en hinten blijft handwerk.

8
Jun 
2009

Automatisch letters herschrijven (update)

categorie: idee, info — Tags: , , , , — {T} @ 10:13  

Het is gelukt. Uiteindelijk alle MacPython-versies van de harde schijf af gegooid en opnieuw begonnen met een zo goed als schoon systeem. Ik vind het wel bizar dat Python ondertussen bezig is met versie 3.0 en dat MacOS X standaard met versie 2.5.1 geleverd wordt. Tsja, het zij zo. Ik heb trouwens eerst nog iets anders met het handschrift gedaan. Zoals ik al zei, waren niet alle letters in de juiste verhoudingen geschreven. In een tekenprogramma de glyphs schalen betekent automatisch een verandering in dik-dun-verschil. Om een gelijkmatige “pen”te simuleren, heb ik al letters opnieuw nagemaakt, maar dan met een enkele lijn als uitgangspunt. Door de letters als een enkele streek te tekenen, kun je daarna verschillende diktes, contrast-soorten of zelfs vervormingen toepassen. In FontForge kun je zgn. Stroke Fonts tekenen en dat geeft je een aardige basis voor welke variant dan ook. Ter info: De filosofie van Martin Majoor.

Na dit tekenavontuur heb ik alle robofab-requirements weer opnieuw geïnstalleerd en continue gekeken of het wel allemaal werkte… De tests doorlopen, “import robofab.world”, “import fonttools”, enz. Geen foutmeldingen betkent: goed zo, ga zo door.

In de MacPython-versies wordt automatisch IDLE meegeleverd. Ik vond het wel makkelijk dat je direct je PYTHONPATH kon doorbladeren en het juiste bestand kon openen. Maar dankzij Editra werd het voor mij ook mogelijk om een beetje sneller door de materie heen te gaan. Editra is ook voorzien van een Python-interpreter (zeg ik dat goed?) waardoor je direct met F5 je code kunt laten uitvoeren. Ik blijf het een ellende vinden om alleen getallen te bewerken en achteraf pas het resultaat te zien, maar goed…

Stel je voor dat je dus steeds een beetje code schrijft en aanpast. In het geval van de rough-edges gaat het om kleine stapjes die een rafelig randje maken, waardoor de letters van het handschrift een beetje gaan leven. Je verandert dus een bepaalde factor, voert het script uit en moet dan gaan kijken wat de gevolgen waren. Jammergenoeg zijn er voor UFO’s geen standaard-viewers. Een UFO is ook niets meer dan een map met glyphs. Ik werkte met Area 51, maar die is vanmiddag ook gestopt met doen waar hij voor bedoeld was. Van het ene op het andere moment wilde het programma geen glyph meer laten zien en kon ik alleen nog maar zwaaien naar de UFO’s. Vervelend als het eigenlijk het enige programma is waar je de glyphs mee kunt bekijken…

Hoewel…

Gelukkig is er FontForge. Dat opent ook UFO’s en is redelijk flexibel in het omgaan met rommelige randjes. FontForge kan na vandaag niet meer stuk. Ten eerste opent het zo’n beetje elk gewenst en ongewenst font-formaat dat er bestaat. Ten tweede werkt het op zo’n beetje alle “bekende” besturingssystemen en ten derde kun je met FontForge je letters opslaan in zo’n beetje elk gewenst formaat. Daarnaast is een FontForge-bestand (sfd) ook gewoon leesbaar voor mensen. Dus nadat ik uiteindelijk de gewenste vervorming kon toepassen, liet ik het resultaat thuis zien. Hun reactie?

Hoelang ben je daar nou mee bezig geweest?

schrift_rough

Te lang misschien, maar een mens mag ook een passie hebben. De mogelijkheden van RoboFab, Python en FontForge zijn voorlopig nog niet uitgeput. Met dank aan Erik en Tal voor hun geduld.

26
May 
2009

Automatisch letters herschrijven

categorie: idee — Tags: , , , , — {T} @ 4:08  

Voor een opdracht heb ik toegezegd een handschrift te digitaliseren.Mijn opdrachtgever heeft het hele alfabet in onderkast en KAPITALEN opgeschreven en daarnaast ook nog de cijfers en een groot aantal speciale tekens.
Met behulp van Adobe Illustrator, TypeTool en FontForge heb ik er een redelijk gelijkend handschrift van kunnen maken. Er moet nog heel wat gebeuren op het gebied van “kerning”, maar dat gaat wel lukken.
Tijdens het “opruimen” van de contouren ben ik nogal drastisch te werk gegaan en zijn de “glyphs” allemaal net iets te glad geworden. Het voelt niet echt lekker… Overigens is het lettertype nog niet af. Doordat de letters steeds los zijn aangeleverd, verschillen ze onderling sterk van grootte. Als ze worden vergroot, worden ze ook dikker, waardoor het beeld niet meer klopt.

allesOm dat te herstellen wil ik graag gebruik maken van scripts. Sinds de avonturen van Letterror in de jaren eind jaren ‘80 en de ontwikkelingen op het gebied van letterontwerp en fontscripting sindsdien, zouden het niet al te moeilijk moeten maken.
De OpenSource middelen zijn er: RoboFab, TTX/fontTools, FontForge, etc. Er is ook veel documentatie en ondersteuning te vinden. In de http://groups.google.com/group/robofab kun je alle vragen kwijt en je krijgt vrij direct antwoord. Op de site van RoboFab staan links naar de video’s van RoboThon2009, waarin over deze thema’s uitgebreid verteld wordt. Een van de voorbeelden uit een presentatie van Just van Rossum, heb ik nagemaakt en, wat denk je? Foutmelding.

from fontTools.pens.basePen import BasePen
from fontTools.ttLib import TTFont
class DrawBotPen(BasePen):
    def _moveTo(self, pt):
        x, y = pt
        moveto(x, y)
    def _lineTo(self, pt):
        x, y = pt
        moveto(x, y)
    def _curveToOne(self, pt1, pt2, pt3):
        x1, y1 =pt1
        x2, y2 =pt2
        x3, y3 =pt3
        curveto(x1, y1,x2, y2,x3, y3)
f=TTFont(u'/Users/typovar/fontscript/MScript')
gs = f.getGlyphSet()
pen = DrawBotPen(None)
newpath()
gs["a"].draw(pen)
drawpath

Ik heb hem toen maar een mailtje gestuurd met de vraag waarom dat bij hem wel en bij mij niet lukt.
Maar het blijft een puzzel. Ondanks alle adviezen en tips blijken bij de scripts toch weer net even anders (of niet) te werken, waardoor een zichtbaar resultaat uitblijft.

In Adobe Illustrator weet ik ongeveer wat ik wil, maar dan is het geen font-bestand meer. Ik zou alle letters opnieuw moeten importeren in FontForge om er een werkend lettertype van te maken… En de enige oplossing (binnen het python-scripting-gebied) leverde een dusdanig sterke vervorming op, dat we daar maar niet verder meegaan.

Ik hoop dat ik binnenkort een antwoord krijg waar ik iets van snap. Ik ben geen letterontwerper en dat merk ik nu toch wel.

Update:

Ik heb jammergenoeg van Just van Rossum (nog) geen reactie gehad. Wel van zijn collega die kon vertellen dat zijn versie van DrawBot anders was dan de mijne. Ik kreeg ook een aantal goede suggesties om met ‘ random-roughen’ aan de gang te gaan. De UFO’s die ik met FontForge gemaakt heb, bleken echter een aantal gegevens te missen, waardoor het bestand niet in ‘Area 51′ (een andere letterprogramma) geopend kon worden. Er kwam door mijn experiment o.a. boven tafel dat ‘ Area 51′ een aantal omschrijvingen vereist, terwijl die volgens de specificaties van het UFO-bestandsformaat niet verplicht zijn. Volgens Tal Lemming zal dit in een volgende versie van het programma worden aangepast.

Erik van Blokland postte een script waarmee je “automatisch” een lettervorm kan tekenen en daarna “random-roughen” kan toepassen. Het hele vervormen van de lettercontour is eigenlijk maar 5 regels code:

# now that it is all straight sections, let's roughen it up a bit
factor = 20
for contour in g.contours:
for point in contour.points:
point.x += randint(-factor, factor)
point.y += randint(-factor, factor)

Jammergenoeg stuit ik nog op wat problemen met mijn python…

Ik heb tegen mijn kinderen gezegd dat ze, op de vraag “Wat doet jouw vader?” maar moeten antwoorden: Hij doet iets met UFO’s en een python.

7
Apr 
2009

Kredietcrisis? Niet bij {TypoVar} ontwerpers

categorie: idee — {T} @ 10:16  

Voor het eerst sinds het begin van {TypoVar} ontwerpers in 2005 heb ik het boekjaar met een positief resultaat afgesloten. Gisteren kreeg ik de cijfers van de boekhouder en iedereen mag weten dat ik een gat in de lucht sprong.

19
Mar 
2009

Typografische tips van de Franse Koning

categorie: idee — typovar @ 10:02  

Geschreven door Martin Majoor en nog altijd handig om in de buurt te hebben.

2
Feb 
2009

website PGA

categorie: portfolio — {T} @ 11:35  

Voor de Protestantse Gemeente te Arnhem mocht ik een website maken. Er staat nog niet veel informatie op, maar dat heeft ook te maken met het doel van de site.

Wie in Arnhem een protestantse kerk zoekt, komt al snel op de website van de Raad van Kerken (met vele andere gemeente en gezindten) of op een website van één van de wijkgemeenten terecht. Het was voorheen niet echt duidelijk welke kerken nu wel en niet onder de noemer ‘Protestante Gemeente te Arnhem’ vielen. Daar hebben we verandering in willen aanbrengen. Met deze nieuwe webpagina verwijzen we naar de verschillende wijkgemeenten (want daar gebeurt het allemaal) en naar andere kerken en organisaties waar we nauw mee samenwerken.

Als uitgangspunt voor het ontwerp hebben we een kaartje van Arnhem genomen en daar foto’s van de verschillende kerkgebouwen op geplaatst. Wie nu een wijkgemeente in een bepaald stadsdeel zoekt, kan in één oogopslag zien welke kerken in de buurt liggen.

www.protestantsekerkarnhem.nl